tgindex
Lær Norsk - NL

Lær Norsk - NL

Статистика

De meest voorkomende Noorse woorden

Последний пост
14 авг.
Последнее чтение
15 авг.
Постов за неделю
4
Всего постов
21
Тип
открытый
Язык
nl
В каталоге с
13 авг.
Подписчики
298
мало замеров
Замеров пока мало
Сутки
0
0,00%
Неделя
 
Месяц
 
Просмотров на пост
177
21 постов
Вовлечённость
59,4%
к подписчикам
Постов в день
0,6
всего 21
Упоминаний
0
каналов
Охват размещения
оценка
1/24сутки в ленте
98
1/48двое суток
112
1/72трое суток
121

Оценка по просмотрам недавних постов: пост набирает почти всё за первые сутки.

Посты

  • 1048. på begge sider -- aan beide kanten   1049. han er fattig -- hij is arm   1049. å ofre -- offeren   Gebruik quizlet lijst 'laernorsknl 1051-1071' voor de woorden van komende week, https://quizlet.com/_639mpv

  • 1045. mine omgivelser -- mijn omgeving   1046. huset -- het huis   1047. bekymring -- bezorgdheid

  • 1042. miskunn -- ontferming   1043. en surdeig -- een zuurdeeg   1044. føtter -- voeten

  • 1039. å synde -- zondigen   1040. stevner -- conferenties   1041. gudfryktig -- godvruchtig

  • 1036. dommer en dommer -- een rechter Guds dommer -- Gods oordelen   1037. deretter -- daarna   1038. les dette! -- lees dit!

  • 1033. visdommen ovenfra -- de wijsheid van boven   1034. bestemt bestemt av -- bepaald door fast bestemt -- vastbesloten forut bestemt -- voorbestemd   1035. ofret han ofret -- hij offerde det ble ofret -- het werd geofferd

  • 1030. jeg fristes -- ik word verzocht   1031. virksom -- werkzaam   1032. et sverd -- een zwaard

  • 1027. en duft -- een geur   1028. vår elskede bror -- onze geliefde broer   1029. saktmodighet -- zachtmoedigheid   Gebruik quizlet lijst 'laernorsknl 1030-1050' voor de woorden van komende week, https://quizlet.com/_613w92

  • 1024. Guds mening med oss -- Gods bedoeling met ons   1025. jeg forblir der -- ik blijf daar   1026. et brød -- een brood

  • 1021. å rose -- prijzen   1022. fremfor alt -- bovenal, allereerst   1023. du kan sette din lit til ham -- je kunt hem vertrouwen

  • 1018. de opplevde noe -- zij maakten iets mee   1019. å gripe -- grijpen   1020. profeter -- profeten

  • 1015. høyere enn et tårn -- hoger dan een toren   1016. oppreist Gud har oppreist hyrder -- God heeft herders doen opstaan et oppreist liv -- een verheven leven   1017. han lider -- hij lijdt

  • 1012. Tyskland -- Duitsland   1013. nyttig -- nuttig   1014. mangel på vann -- gebrek aan water

  • 1009. roser jeg roser meg av noe -- ik ben ergens trots op jeg roser ham -- ik prijs hem fire roser -- vier rozen   1010. hun er takknemlig -- zij is dankbaar   1011. vi føler det -- wij voelen dat

  • 1006. broderkjærlighet -- broederliefde   1007. dør en åpen dør -- een open deur jeg dør -- ik sterf   1008. en trengsel -- een verdrukking   Gebruik quizlet lijst 'laernorsknl 1009-1029' voor de woorden van komende week, https://quizlet.com/_613t1e

  • 1003. å fornedre seg -- zich vernederen   1004. en hemmelighet -- een geheim   1005. bruden -- de bruid

  • 1000. mine penger -- mijn geld   1001. en gjeld -- een schuld   1002. overfor -- tegenover

  • 997. hånden -- de hand   998. klar -- duidelijk, helder   999. løftet han som ga løftet -- hij die beloofde han løftet steinen -- hij tilde de steen op

  • 994. en dyp søvn -- een diepe slaap   995. vi fortsetter -- wij gaan door   996. svik -- bedrog

  • 991. en oppgave -- een opdracht, een taak   992. jeg spør ham noe -- ik vraag hem iets   993. villig -- gewillig