tgindex
Moskee Dar Al-Hadieth

Moskee Dar Al-Hadieth

Статистика

Lessen, lezingen, vrijdagpreken vanuit Moskee Dar Al-Hadieth 📧: moskeedaralhadieth@gmail.com Whatsapp: https://whatsapp.com/channel/0029VavhUt2F1YlZbaGqTl3l

Последний пост
14 авг.
Последнее чтение
15 авг.
Постов за неделю
3
Всего постов
23
Тип
открытый
Язык
nl
Категория
Языки (по похожим)
В каталоге с
13 авг.
Подписчики
1 467
0 за 4 дн.
Сутки
+1
+0,07%
Неделя
 
Месяц
 
Просмотров на пост
289
23 постов
Вовлечённость
19,7%
к подписчикам
Постов в день
0,4
всего 23
Упоминаний
1
каналов
Охват размещения
оценка
1/24сутки в ленте
119
1/48двое суток
136
1/72трое суток
147

Оценка по просмотрам недавних постов: пост набирает почти всё за первые сутки.

Посты

  • *Het effect van zonden* Ibn al-Qayyim رحمه الله vermeldt in Ad-Dā’ wa Ad-Dawā’: De zonde doodt het hart óf maakt het ernstig ziek, óf verzwakt zijn kracht. En deze verzwakking zal onvermijdelijk uiteindelijk leiden tot de acht zaken waartegen de Profeet ﷺ zijn toevlucht zocht, namelijk: bezorgdheid, verdriet, onvermogen, luiheid, lafheid, gierigheid, de zwaarte van schulden en overheersing door anderen.

  • без подписи

  • без подписи

  • *Moeite met voldoening in het hart? Ben je niet gelukkig? Sta stil bij het volgende advies van onze geliefde Boodschapper Mohamed ﷺ.* Overgeleverd door Aboe Hoerayra dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Kijk naar degenen die minder hebben dan jullie, en kijk niet naar degenen die meer hebben dan jullie. Dat is geschikter, zodat jullie de gunsten van Allah niet zullen minachten.” (Muslim 2963) عَنْ أَبِي هُرَيْرَةَ، قَالَ قَالَ رَسُولُ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم ‏"‏ انْظُرُوا إِلَى مَنْ أَسْفَلَ مِنْكُمْ وَلاَ تَنْظُرُوا إِلَى مَنْ هُوَ فَوْقَكُمْ فَهُوَ أَجْدَرُ أَنْ لاَ تَزْدَرُوا نِعْمَةَ اللَّهِ” ‏رواه مسلم

  • Vrijdagpreek 31 juli 2026 Titel: "In tijden van gemak, vergeet men Allah” 🎤 Marwan Abu Ibrahiem Al-Maghribi 💿 Taal: Nederlands 🕌 Moskee Dar Al-Hadieth Beukenstraat 24, 2140 Borgerhout

  • *De man die de Koran hoorde, onder de indruk raakte, maar toch koos voor hoogmoed.* (Nederlands onderaan) ‎ذَرۡنِي وَمَنۡ خَلَقۡتُ وَحِيدٗا (11) وَجَعَلۡتُ لَهُۥ مَالٗا مَّمۡدُودٗا (12) وَبَنِينَ شُهُودٗا (13)وَمَهَّدتُّ لَهُۥ تَمۡهِيدٗا (14) ثُمَّ يَطۡمَعُ أَنۡ أَزِيدَ (15) كَلَّآۖ إِنَّهُۥ كَانَ لِأٓيَٰتِنَا عَنِيدٗا (16) سَأُرۡهِقُهُۥ صَعُودًا (17) إِنَّهُۥ فَكَّرَ وَقَدَّرَ (18) فَقُتِلَ كَيۡفَ قَدَّرَ (19) ثُمَّ قُتِلَ كَيۡفَ قَدَّرَ (20) ثُمَّ نَظَرَ (21) ثُمَّ عَبَسَ وَبَسَرَ (22) ثُمَّ أَدۡبَرَ وَٱسۡتَكۡبَرَ (23) فَقَالَ إِنۡ هَٰذَآ إِلَّا سِحۡرٞ يُؤۡثَرُ (24)إِنۡ هَٰذَآ إِلَّا قَوۡلُ ٱلۡبَشَرِ (25) سَأُصۡلِيهِ سَقَرَ Shaykh Bin Baz رحمه الله werd gevraagd over de tafsier van Surah Al Mudathir (11-16): _Volgens de meest gangbare opvatting onder de Mufasireen zijn deze verzen geopenbaard over al-Walīd ibn al-Mughīra. Hij behoorde tot de vooraanstaande ongelovigen en was een van hun invloedrijkste leiders. Dit is een dreigende waarschuwing van Allah: “Laat Mij (Alleen) achter met degene die Ik Alleen heb geschapen…” (al-Muddaththir:11). Deze waarschuwing is gericht aan deze man, als hij zou volharden in zijn ongeloof en dwaling. Wij zoeken onze toevlucht bij Allah. Na’am._ Ibn Kathier رحمه الله vermeldt in zijn tafsier: “Dit is niets anders dan het woord van een mens..” Dat wil zeggen: het zijn niet de Woorden van Allah. De persoon over wie hier gesproken wordt, is al-Walīd ibn al-Mughīra al-Makhzūmī. Hij was een van de voornaamste leiders van de Qoeraisj, moge Allah hem vervloeken. Tot de overleveringen hierover behoort wat al-’Awfī van Ibn ’Abbās heeft overgeleverd. Ibn ’Abbās zei: “Al-Walīd ibn al-Mughīra ging naar het huis van Abū Bakr ibn Abī Quḥāfah en vroeg hem naar de Koran. Nadat Abū Bakr hem hierover had ingelicht, vertrok hij en ging hij naar de Qoeraisj. Daar zei hij: ‘Wat een geweldige woorden zijn dit die Ibn Abī Kabshah (ﷺ) spreekt! Bij Allah, het is geen poëzie, geen tovenarij en ook geen wartaal van een krankzinnige. Zijn woorden zijn werkelijk de Woorden van Allah.’ Toen een groep van de Qoeraisj dit hoorde, zeiden zij: ‘Bij Allah, als al-Walīd zich tot de islam bekeert, zal heel de Qoeraisj zich bekeren.’ Toen Abū Jahl ibn Hishām hiervan hoorde, zei hij: ‘Bij Allah, ik zal hem wel aanpakken.’ Vervolgens ging hij naar het huis van al-Walīd en zei tegen hem: ‘Zie je niet dat jouw stam geld voor je inzamelt?’ Al-Walīd antwoordde: ‘Heb ik soms niet meer bezit en kinderen dan zij?’ Abū Jahl zei: ‘Zij beweren dat je alleen naar het huis van Ibn Abī Quḥāfah bent gegaan om iets van zijn eten te krijgen.’ Daarop zei al-Walīd: ’Zegt mijn volk dat werkelijk? Nee, bij Allah! Ik zoek geen toenadering tot Ibn Abī Quḥāfah, noch tot ‘Umar, noch tot Ibn Abī Kabshah (ﷺ). Zijn woorden zijn niets anders dan overgeleverde tovenarij van de ouden.’ ——————— Interpretatie van de betekenis: 11. Laat Mij (Alleen) achter met degene die Ik Alleen heb geschapen… 12. En Ik heb hem (vervolgens) bezit in overvloed geschonken. 13. En kinderen die met hem zijn (d.w.z. die aan zijn zijde staan). 14. En Ik maakte het leven gemakkelijk (en comfortabel) voor hem. 15. Vervolgens verlangt hij dat Ik (hem) meer zal geven. 16. Nee! Waarlijk, hij verzette zich tegen Onze Verzen. 17. Ik zal hem uitputten door een zware (toenemende) bestraffing. 18. Waarlijk, hij dacht na en besloot. 19. Dus vervloekt is hij voor wat hij besloot. 20. Vervolgens is hij (nogmaals) vervloekt voor wat hij besloot. 21. Vervolgens keek hij. 22. Vervolgens fronste hij en trok hij een boos gezicht. 23. Vervolgens keerde hij (het geloof) de rug toe en stelde zich hoogmoedig op. 24. Toen zei hij: “Dit is niets anders dan aangeleerde tovenarij.” 25. “Dit is niets anders dan het woord van een mens.” 26. Ik zal hem het hete Vuur doen binnentreden.

  • Verder vroeg ik of er iemand was die, na zijn religie te hebben aangenomen, ontevreden werd en zijn religie weer verwierp. Uw antwoord was ontkennend, en dat is inderdaad (een teken van) waar geloof, wanneer de vreugde ervan de harten binnendringt en zich er volledig mee vermengt. Ik vroeg of hij ooit verraad pleegde. U antwoordde ontkennend, en zo plegen boodschappers ook nooit verraad. Toen vroeg ik wat hij u gebood te doen. U antwoordde dat hij u gebood Allah te aanbidden, en Allah alleen, en niets naast Hem te aanbidden, en dat hij u verbood afgoden te aanbidden, en u gebood te bidden, de waarheid te spreken en kuis te zijn. Als wat u zegt waar is, zal hij spoedig deze plek onder mijn voeten in bezit nemen. Ik wist (uit de geschriften) dat hij zou verschijnen, maar ik wist niet dat hij uit jullie midden zou komen. Als ik hem zeker kon bereiken, zou ik onmiddellijk naar hem toe gaan om hem te ontmoeten, en als ik bij hem was, zou ik zeker zijn voeten wassen.” Heraclius vroeg vervolgens om de brief die door de Boodschapper van Allah ﷺ was verzonden en die door Dihya was afgeleverd bij de gouverneur van Busra, die hem doorstuurde naar Heraclius om te lezen. De inhoud van de brief luidde als volgt: “ بسم الله الرحمن الرحيم van Mohammed, de dienaar van Allah en Zijn boodschapper, aan Heraclius, de heerser van de Byzantijnen. Vrede zij met wie het rechte pad volgt. Voorts nodig ik u uit tot de Islam. Als u moslim wordt, zult u veilig zijn, en Allah zal uw beloning verdubbelen. Maar als u deze uitnodiging tot de Islam afwijst, zult u de zonde van de Arisiyin (landbouwers, boeren, d.w.z. uw volk) op u laden. En: ‘Zeg (o Mohammed): ‘O lieden van het Boek, kom tot een rechtvaardig woord tussen ons en jullie; dat wij naast Allah niemand aanbidden en dat wij niets als deelgenoot aan Hem toekennen en dat wij elkaar niet als goden (ter aanbidding) aannemen naast Allah.’ Als zij zich dan afwenden, zeg dan: ‘Getuig dat wij waarlijk moslims zijn.’”.’ (3:64)” Abu Sufyan voegde toe: “Toen Heraclius zijn toespraak had beëindigd en de brief had gelezen, ontstond er groot rumoer in het koninklijk hof. Wij werden toen uit het hof gezet. Ik zei tegen mijn metgezellen dat de kwestie van Ibn Abi Kabsha (de Profeet ﷺ, Mohammed) zo groot was geworden dat zelfs de koning van Bani al-Asfar (de Byzantijnen) bang voor hem was. Vanaf toen begon ik ervan overtuigd te raken dat hij zou zegevieren, totdat Allah mij de Islam liet binnentreden. _Hadith gaat verder_ Heraclius vertrok toen naar Homs (een stad in Syrië) en bleef daar totdat hij het antwoord ontving van zijn vriend, die het met hem eens was over het optreden van de Profeet ﷺ en het feit dat hij een profeet was. Daarop nodigde Heraclius alle hoofden van de Byzantijnen uit om te verzamelen in zijn paleis in Homs. Toen zij bijeen waren, beval hij dat alle deuren van zijn paleis gesloten werden. Toen kwam hij naar buiten en zei: ‘O Byzantijnen! Als succes uw wens is, en als u de juiste leiding zoekt en wilt dat uw rijk blijft bestaan, geef dan trouw aan deze profeet (d.w.z. omarm de Islam).’ (Bij het horen van Heraclius’ woorden) renden de mensen als wilde ezels naar de deuren van het paleis, maar vonden ze gesloten. Heraclius merkte hun afkeer van de Islam en toen hij de hoop verloor dat zij de Islam zouden omarmen, beval hij dat zij terug voor hem gebracht zouden worden. (Toen zij terugkeerden) zei hij: ‘Wat ik zojuist zei, was alleen om de sterkte van uw overtuiging te toetsen, en ik heb het nu gezien.’ De mensen bogen voor hem en waren tevreden met hem ,en dit was het einde van het verhaal van Heraclius.

  • *Het verhaal van Abu Sufyan en Heraclius* Overgeleverd door Bukhari ‏رحمه الله op gezag van Abdullah Ibn ‘Abbas رضي الله عنه: Abu Sufyan ibn Harb vertelde dat Heraclius een boodschapper naar hem stuurde terwijl hij met een karavaan van Quraysh onderweg was. Zij waren handelaars in Sham (Syrië, Palestina, Libanon en Jordanië), in de periode dat de Boodschapper van Allah ﷺ een wapenstilstand had met Abu Sufyan en de ongelovigen van Quraysh. Zo gingen Abu Sufyan en zijn metgezellen naar Heraclius in Ilya (Jeruzalem). Heraclius riep hen bij zich aan het hof, omringd door de hoogste Byzantijnse edelen. Hij riep zijn tolk, die namens Heraclius vroeg: “Wie van jullie is het naast verwant aan die man die beweert een profeet te zijn?” Abu Sufyan antwoordde: “Ik ben zijn naaste verwant.” Heraclius zei: “Breng hem dichter bij mij, en laat zijn metgezellen achter hem gaan staan.” Abu Sufyan voegde toe dat Heraclius zijn tolk vroeg zijn metgezellen te vertellen dat hij hem enkele vragen zou stellen over die man (de Profeet), en dat als hij zou liegen, zij (zijn metgezellen) hem moesten tegenspreken. Abu Sufyan zei: “Bij Allah! Als ik niet bang was geweest dat mijn metgezellen mij een leugenaar zouden noemen, had ik niet de waarheid over de Profeet gesproken.” De eerste vraag die hij mij over hem stelde was: “Wat is zijn afkomst onder jullie?” Ik antwoordde: “Hij behoort tot een goede (edele) familie onder ons.” Heraclius vroeg verder: “Heeft iemand van jullie ooit hetzelfde beweerd (profeet te zijn) vóór hem?” Ik antwoordde: “Nee.” Hij vroeg: “Was iemand van zijn voorouders koning?” Ik antwoordde: “Nee.” Heraclius vroeg: “Volgen de edelen hem of de armen?” Ik antwoordde: “Het zijn de armen die hem volgen.” Hij zei: “Nemen zijn volgelingen toe of af, dag na dag?” Ik antwoordde: “Zij nemen toe.” Hij vroeg toen: “Wordt iemand die zijn religie aanneemt daarna ontevreden en verlaat hij de religie weer?” Ik antwoordde: “Nee.” Heraclius zei: “Hebben jullie hem ooit van leugens beschuldigd vóór zijn bewering (profeet te zijn)?” Ik antwoordde: “Nee.” Heraclius zei: “Breekt hij zijn beloftes?” Ik antwoordde: “Nee. Wij hebben een wapenstilstand met hem, maar wij weten niet wat hij daarin zal doen.” Ik kon geen andere gelegenheid vinden om iets tegen hem te zeggen dan dat. Heraclius vroeg: “Hebben jullie ooit oorlog met hem gevoerd?” Ik antwoordde: “Ja.” Toen zei hij: “Wat was de uitkomst van de gevechten?” Ik antwoordde: “Soms won hij, soms wonnen wij.” Heraclius zei: “Wat gebiedt hij jullie te doen?” Ik zei: “Hij zegt ons Allah te aanbidden, en Allah alleen, en niets naast Hem te aanbidden, en af te zien van alles wat onze voorouders zeiden. Hij gebiedt ons te bidden, de waarheid te spreken, kuis te zijn en goede banden te onderhouden met onze verwanten.” Heraclius vroeg de tolk mij het volgende over te brengen: “Ik vroeg u naar zijn afkomst, en uw antwoord was dat hij tot een zeer edele familie behoort. Inderdaad, alle boodschappers komen uit edele families onder hun volk. Ik vroeg u of iemand anders onder jullie hetzelfde beweerde, en uw antwoord was ontkennend. Was het antwoord bevestigend geweest, dan had ik gedacht dat deze man de bewering van een ander navolgde. Toen vroeg ik of iemand van zijn voorouders koning was. Uw antwoord was ontkennend, en was het bevestigend geweest, dan had ik gedacht dat deze man het koninkrijk van zijn voorouders terug wilde krijgen. Verder vroeg ik of hij ooit van leugens werd beschuldigd vóór hij zei wat hij zei, en uw antwoord was ontkennend. Dus vroeg ik mij af hoe iemand die niet tegen mensen liegt, ooit tegen Allah zou kunnen liegen. Ik vroeg u vervolgens of de rijken hem volgden of de armen. U antwoordde dat het de armen waren die hem volgden, en inderdaad zijn het altijd juist deze mensen geweest die de boodschappers volgden. Toen vroeg ik of zijn volgelingen toenamen of afnamen. U antwoordde dat zij toenamen, en dat is inderdaad de weg van het ware geloof, totdat het in alle opzichten volledig is.

  • Vrijdagpreek 24 juli 2026 Titel: "Kennen we dan niet de Leider Der Gelovigen? (Umar Ibn Al Khattaab)” 🎤 Marwan Abu Ibrahiem Al-Maghribi 💿 Taal: Nederlands 🕌 Moskee Dar Al-Hadieth Beukenstraat 24, 2140 Borgerhout

  • ‏بسم الله الرحمن الرحيم Met het succes van Allah ‘Azza wa Jal hebben we de lessenreeks لمعة الاعتقاد (Voldoening van de Geloofsleer) van Ibn Qudāmah رحمه الله afgerond. In deze lessen kwamen verschillende fundamenten van de islamitische geloofsleer aan bod, waaronder de Namen en Eigenschappen van Allah, het geloof in het ongeziene en de gebeurtenissen van de Laatste Dag. Daarnaast werd de `aqīdah van Ahl as-Sunnah behandeld ten aanzien van de Metgezellen, de vrouwen en de familie van de Profeet ﷺ. Tot slot werd aandacht besteed aan het gehoorzamen van de islamitische leiders, de gevaren van innovaties en afwijkende groeperingen, en het belang van het vasthouden aan de Qur’an en de Sunnah volgens het begrip van de Selef. Als advies willen we meegeven we om te allen tijde bezig te zijn met aanbiddingen, zoals het opdoen van kennis, ook tijdens de zomervakantie. We vragen Allah om het te aanvaarden van ons en om de lesgever en zijn ouders genadig te zijn. ‏والحمد لله رب العالمين

  • 📆 19 juli 2026 💬 ‏لمعة الاعتقاد- باب الصحابة Voldoening van de geloofsleer: - Innovaties en enkele groeperingen - Meningsverschillen in zaken zoals Fiqh. - Einde 🎙️Abū Muhammad Rafik Al-Maghribi

  • Dit toont werkelijk aan dat degene die zich in tijden van vervreemding stevig vasthoudt aan de religie en de Soennah, inderdaad is als iemand die gloeiende kooltjes in zijn hand vasthoudt. En Allah is Degene Wiens hulp wordt gezocht.” Einde citaat. Bron: Commentaar op ʿAqīdatus-Salaf wa Aṣḥābil-Ḥadīth van Aṣ-Ṣābūnī, deel 1, blz. 331–333.

  • *Wat zijn de oorzaken van het leed dat de ‘vreemden’ onder Ahl as-Soennah treft?* (vreemden = غرباء) Shaykh Ṣāliḥ Sindī (حفظه الله) zei: “Dit leed heeft verschillende oorzaken: De eerste oorzaak De vreemdeling die standvastig vasthoudt aan zijn tawḥīd (zuiver monotheïsme) en aan de Soennah van zijn Profeet ﷺ, ervaart de eenzaamheid van het vreemd zijn. ‘Vreemd zijn’ brengt een gevoel van afzondering met zich mee, terwijl de mens van nature een sociaal wezen is. Wanneer iemand zich onderscheidt van alle mensen, of van de meesten van hen, in zijn levenswijze, zijn daden en zijn aanbidding, dan zul je zien dat zijn huis anders is, zijn manier van opvoeden anders is, zijn spraak anders is, zijn gebed onder de mensen anders is en zelfs zijn uiterlijke verschijning anders is. Hij houdt vast aan de Soennah in zijn uiterlijk, zijn omgang met anderen, zijn koop en verkoop. In vrijwel alles verschilt hij van velen om hem heen. Deze eenzaamheid bezorgt een mens verdriet en moeilijkheden. Geduld doet, zoals zijn naam al aangeeft, bitter smaken; Maar het einde ervan is zoeter dan honing. De tweede oorzaak Om de uitspraak van de Profeet ﷺ te begrijpen: “als iemand die gloeiende kooltjes in zijn hand vasthoudt”, is er nog iets dat zwaarder weegt. Een mens kan de eenzaamheid van het ‘vreemd zijn’ verdragen, maar iets dat nog moeilijker is, kan hem treffen: de pijn van spot en bespotting. Hij kan bespot worden door ongelovigen, mensen van innovatie (bidʿah) of zondaars wanneer zij zijn standvastigheid zien, zijn vasthouden aan de waarheid en zijn weigering om af te wijken zoals zij dat hebben gedaan. Zij kunnen hem belachelijk maken, beledigen en kwaad over hem spreken. Voor mensen met eergevoel en een nobel karakter is dit bijzonder pijnlijk. Allah, de Verhevene, zei over Zijn Profeet ﷺ: “Voorzeker, Wij zijn waarlijk op de hoogte van het verdriet dat bij jou (o Muhammad) veroorzaakt wordt door wat zij zeggen.” (Qor’an 6:33) Een dergelijke behandeling laat diepe emotionele pijn achter, waardoor hij werkelijk wordt als iemand die gloeiende kooltjes vasthoudt. En wat als we hier nog aan toevoegen: De derde oorzaak De pijn van daadwerkelijke vervolging. Hij kan lichamelijk schade ondervinden door mishandeling, gevangenschap of beperkingen die hem worden opgelegd in zijn levensonderhoud vanwege zijn vasthouden aan de Soennah. Dit is nog zwaarder. Dan gaat het niet langer slechts om de eenzaamheid van het vreemdeling-zijn of de pijn van spot, maar om tastbare lichamelijke schade. Dan is hij werkelijk als iemand die gloeiende kooltjes in zijn hand vasthoudt. En wat als we daar nog aan toevoegen: De vierde oorzaak De pijn van het aanschouwen van het kwade terwijl hij niet in staat is het te veranderen, noch met zijn hand, noch met zijn tong. Dit weegt zwaar op de mensen van het geloof. Wie Allah diep eerbiedigt in zijn hart, wie Allah werkelijk verheerlijkt zoals Hem toekomt, vindt het buitengewoon pijnlijk om mensen Hem ongehoorzaam te zien zijn. De plaats van Allah in zijn hart is zo verheven dat hij weet dat Allah gehoorzaamd moet worden en nooit ongehoorzaamd; dat Hij herdacht moet worden en nooit vergeten; dat Hij bedankt moet worden en nooit ondankbaar behandeld. Alleen al het zien van het kwade vervult hem met verdriet en droefheid, terwijl hij niet kan ingrijpen omdat hij een vreemdeling is. En wat als we daar nog aan toevoegen: De vijfde oorzaak Hij treurt niet alleen om de zonden zelf, maar ook om de zondaars. De ware vreemdelingen zijn barmhartig. Wanneer zij iemand zien die zich bezighoudt met shirk, innovatie (bidʿah) of zonde, worden zij bedroefd en bezwaard uit mededogen met die persoon. De mensen van de Soennah bezitten de meeste kennis van de waarheid en de grootste barmhartigheid jegens de schepping. De ware vreemdelingen aan het einde der tijden voelen pijn terwijl anderen lachen. De zondaar geniet van zijn zonde, terwijl de vreemdeling naar hem kijkt en weent uit bezorgdheid om hem. Welke vervreemding, en welke pijn, zou groter kunnen zijn dan dit?

  • без подписи

  • Live stream finished (42 minutes)

  • Live stream started

  • Vrijdagpreek 17 juli 2026 Titel: "Deze warmte leert ons veel.” 🎤 Marwan Abu Ibrahiem 💿 Taal: Nederlands 🕌 Moskee Dar Al-Hadieth Beukenstraat 24, 2140 Borgerhout

  • 📆 12 juli 2026 💬 ‏لمعة الاعتقاد- باب الصحابة Voldoening van de geloofsleer: - Gehoorzaamheid van de leiders - Innovaties en enkele groeperingen 🎙️Abū Muhammad Rafik Al-Maghribi 🚨🚨Aanstaande zondag, om 20uur is de laatste les بإذن الله,

  • без подписи

  • Live stream finished (51 minutes)